|
Pieter de Jong, pianist

Pieter de Jong heeft aanvankelijk van pianospelen niet zijn beroep gemaakt, en is na zijn studie Franse Taal- en Letterkunde een aantal jaren werkzaam geweest als docent Frans aan de havo/vwo. Op een gegeven moment heeft hij de ommezwaai gemaakt naar de muziek. Hij volgde al jaren pianolessen en wilde met de piano meer doen.
Nu is hij als semi-professional werkzaam, en verzorgt regelmatig optredens, zowel solistisch als in functie van begeleider. Pieter is een pianist met een missie. Hij schrijft over zichzelf:
"Het werd vrij snel duidelijk, dat ik niet het echte lerarenbloed bezat. Mijn leven keerde op een gegeven moment totaal om en het was niet verwonderlijk, dat klassieke muziek en de piano hierbij een rol
speelden; vanaf mijn 17e jaar had ik particulier pianolessen gevolgd en in 1973
reeds was ik in staat (na 6 jaar les) een openbaar recital te geven met muziek van
Mozart, Chopin (2e scherzo, 4e ballade!), Schubert en Rachmaninoff (etude-tableau).
Met de piano maakte ik als het ware een doorstart, en
nam les bij Hans de Graaf (die bv. ook de bekende nederlandse pianist Bart van
Oort heeft opgeleid); en koos voor een vervolgopleiding bij G. van Leeuwen aan
de muziekschool in Utrecht. Onder zijn supervisie voltooide ik de muziekschool.
En bleef nog zeker zes jaar lessen bij hem volgen, wat me geen windeieren heeft
gelegd. Zo leerde ik Bach spelen, Beethoven, Chopin, Liszt en Rachmaninoff, Debussy, Ravel, Prokofiev. Mozart, Haydn, Czerny, Moscheles, Moszkowski;
Saint-Saëns, Grieg, Brahms, Schumann. Zeer intensieve technische training,
met als doel de muzikale diepgang van een werk te doorgronden.
Van 1990 to 2000 heb ik pianoles gegeven aan kinderen en volwassenen;
ik bekwaamde me in Harmonieleer en Contrapunt (lessen van een orgelleraar).
Ik schreef een analytisch musicologisch artikel “Rachmaninoff en de Barok”,
gepubliceerd in het EPTA Pianobulletin van aug. 1998; vertaald in het engels
(voor Newsletter Rachmaninoff Society, pres. Vladimir Ashkenazy), frans
(lovend commentaar van o.a. Cyprien Katsaris) en duits.
Thans treed ik regelmatig op op diverse locaties in het land. Ik ga mij in de nabije
toekomst tevens meer toeleggen op het geven van recitals. Ik ambieer daarbij
met name kleinschalige locaties, kerkjes, kastelen en salons.
Ik voorzie mijn optredens telkens van korte introducties; hetgeen het inzicht in de
muziek verhoogt, en natuurlijk tegelijkertijd een band met mijn publiek schept!
Rest mij te zeggen, dat ik nu ook samenspeel met een violiste en een zangeres;
zodat een gevarieerd programma-aanbod gewaarborgd is.
Ik vind het zinvol nog op te merken, dat ik met mijn recitalvoorstel een lans
zou willen breken voor al diegenen, die op professioneel niveau musiceren,
zonder een opleiding aan een conservatorium te hebben gevolgd of een studie musicologie te hebben gedaan; immers, het klinkende resultaat van een recital bepaalt,
in hoeverre een pianist technisch-muzikaal een publiek vermag te boeien;
terwijl de diepgang van de noten overduidelijk afhankelijk is van buitenmuzikale
parameters, van beeldende kunst, architectuur, literatuur, dans (choreografie),
van beelden en ervaringen uit het dagelijks leven, van de beleving van Natuur
en Religie, van filosofie en van sport…gebieden, die aan de muziek raken,
en de vrij abstracte muzikale taal vullen met betekenis, kleur, licht/schaduwwerking.
Dit zou ik mijn persoonlijk credo willen noemen als klassiek pianist.
Het Muziekonderwijs in Nederland moet weer te rade gaan bij de bron, en bij de
oude virtuozen Horowitz en Rachmaninoff, Rubinstein, Neuhaus, Gilels en Richter;
Arrau, Bolet, Anda, Moisiewicz, Magaloff, Perlemuter, Gieseking, Lupu, Pace, Zimerman, en bij nederlandse pianisten/pedagogen als Henkemans, de Groot, Wijn en Hartsuiker.
Met mijn interpretaties zou ik deze mij ingefluisterde traditie willen voortzetten."
|